Artikel 6.Gemengde doeleinden 5 (GD5)

 

6.1. Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Gemengde Doeleinden 5 (GD5) aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.

Op de begane grond en onder peil:

 

1.

Detailhandel;

 

2.

Dienstverlening;

 

3.

Ambachtelijke bedrijven;

 

4.

Maatschappelijke doeleinden;

Alsmede voor:

 

5.

Horeca in de categorieŽn 1 en 2 van de van deze voorschriften deel uitmakende staat van horeca-activiteiten, ter plaatse van de nadere aanduiding daartoe op de plankaart;

 

6.

Wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan huis verbonden beroep;

 

7.

Kantoren ter plaatse van de nadere aanduiding daartoe op de plankaart;

 

8.

Garageboxen ter plaatse van de nadere aanduiding daartoe op de plankaart;

b.

Op de verdieping:

 

1.

Wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroep;

 

2.

Horecabedrijf in de categorieŽn 1 en 2 van de van deze voorschriften deel uitmakende staat van horeca-activiteiten, bij een reeds op de begane grond aanwezig en ingevolge deze voorschriften toegestaan horecabedrijf;

Alsmede voor:

 

3.

Bedrijfsactiviteiten in de categorieŽn 1 en 2 van de van deze voorschriften deel uitmakende staat van bedrijfsactiviteiten ter plaatste van de nadere aanduiding daartoe op de plankaart, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen en risicovolle inrichtingen;

Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten:

c.

Gebouwen;

d.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

e.

Tuinen, erven en paden;

f.

Parkeer- en groenvoorzieningen.

 

6.2.

Ten aanzien van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep gelden de volgende voorwaarden:

 

a.

Ten behoeve van aan-huis-verbonden beroep mag niet meer dan 35% van de woonvloeroppervlakte worden gebruikt, met een maximum van 75 m≤;

 

b.

De activiteiten mogen zowel naar de aard als ten aanzien van de visuele aspecten geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving;

 

c.

De activiteiten mogen geen detailhandel, seksinrichting en/of horeca betreffen;

 

d.

De activiteiten mogen niet meldings- of vergunningplichtig zijn op grond van het Inrichtin≠gen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50, laatst gewijzigd Stb. 2004, 619);

 

e.

De activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaken;

 

f.

Er dient een relatie te zijn tussen ten minste 1 bewoner en de uitgeoefende activiteit(en).

 

 

 

6.3. Bouwvoorschriften

6.3.1

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

 

a.

Een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;

 

b.

De goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan op de kaart is aangegeven;

 

c.

Voor zover slechts de goothoogte is gegeven mag het hoofdgebouw worden verhoogd tot maximaal 4 m boven de aangegeven goothoogte, met dien verstande dat het bouwdeel boven de maximaal toegestane goothoogte ten minste twee schuine dakvlakken heeft;

 

d.

De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan op de kaart is aangegeven.

 

 

6.3.2

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen:

 

a.

De aan- en uitbouwen en de bijgebouwen mogen uitsluitend in een bouwvlak en binnen het, met de nadere aanduiding op de kaart aangegeven, gebied ďte bebouwen ervenĒ worden gebouwd;

 

b.

De gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen bij een hoofdgebouw mag niet meer dan 50 m≤ bedragen, met inachtneming van de volgende bepaling:

 

 

-

Ten minste 50 % van de gronden die op kaart zijn aangeduid als ďte bebouwen ervenĒ dient onbebouwd en onoverdekt te blijven;

 

c.

De bouwhoogte van een aan- en uitbouw mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bouwlaag van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw;

 

d.

De goothoogte van een bijgebouw mag niet meer dan 3,5 m bedragen;

 

e.

De bouwhoogte van een bijgebouw mag niet meer bedragen dan 4,5 m;

 

f.

De bouwhoogte van een garagebox mag niet meer bedragen dan 3 m;

 

g.

De oppervlakte van een garagebox mag niet meer bedragen dan 20 m≤.

 

 

6.3.3

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

 

a.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vůůr de naar de weg gekeerde gevel ten hoogste 1 m mag bedragen;

 

b.

De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen.

 

6.4. Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

a.

Een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

b.

Een goede woonsituatie;

c.

De verkeersveiligheid;

d.

De sociale veiligheid;

e.

De milieusituatie;

f.

De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

 

6.5. Vrijstelling van de bouwvoorschriften

6.5.1

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van:

 

a.

Het bepaalde in lid 6.3.2 onder b en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen bij een hoofdgebouw wordt vergroot tot 100 % van de gronden op de kaart met de nadere aanduiding ďte bebouwen ervenĒ;

 

 

-

Ten dienste van de bestemmingen genoemd in artikel 6.1.a met uitzondering van de bestemming genoemd in lid 6.1.a onder 6;

 

b.

Het bepaalde in artikel 6.2. onder d en een activiteit toestaan waarvoor een mel≠dingsplicht geldt op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieu≠beheer (Stb. 1993, 50, laatst gewijzigd Stb. 2004, 619), voorzover het bedrijven betreft uit de categorieŽn 1 en 2 van de van deze voorschriften deel uitmakende Staat van Bedrijfsactiviteiten, die tevens voorkomen op de van deze voorschriften deel uitmakende "Lijst na vrijstelling toelaatbare activiteiten in het kader van een aan-huis-verbonden beroep";

 

c.

Het bepaalde in artikel 6.2. onder f en een aan huis verbonden beroep toestaan, zonder dat er een relatie bestaat tussen ten minste 1 bewoner en de uitgeoefende activiteiten, voorzover het medische beroepen betreft;

 

d.

Het bepaalde in artikel 6.1.a onder 5 en toestaan dat het aantal horecagelegenheden mag worden uitgebreid tot ten hoogste 16 percelen, mits:

 

 

-

Er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is; ťn

 

 

-

Er geen onevenredige vergroting van de verkeersdruk in de omgeving mag ontstaan.

 

 

6.5.2

De in lid 6.5.1 genoemde vrijstellingen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

 

a.

Het straat- en bebouwingsbeeld;

 

b.

De woonsituatie;

 

c.

De verkeersveiligheid;

 

d.

De sociale veiligheid;

 

e.

De milieusituatie;

 

f.

De gebruiksmogelijkheid van de aangrenzende gronden.

 

6.6. Gebruiksvoorschriften

6.6.1

Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven bestemming.

 

 

6.6.2

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 6.6.1, wordt in ieder geval gerekend:

 

a.

Het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning;

 

b.

Het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van prostitutie of een seksinrichting;

 

c.

De opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk;

 

d.

Het gebruik van complexgewijze of solitaire garageboxen voor bedrijfsmatige activiteiten.

 

 

6.6.3

Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 6.6.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

 

 

6.6.4

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 6.1 onder a5 om:

 

a.

Horecabedrijven toe laten in ťťn categorie hoger dan in lid 6.1 onder a5 is ongegeven, voorzover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de categorieŽn 1 en 2 van de Staat van Horeca-activiteiten;

 

b.

Horecabedrijven toe te laten die niet in de Staat van Horeca-activiteiten zijn genoemd, voorzover betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de categorieŽn 1 en 2 van de Staat van Horeca-activiteiten.

 

6.7. Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 6.6.1 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2į van de Wet op de Economische Delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet.